You are here

Weerkaatsing en absorptie

De kikker brengt je terug naar de startpagina over licht en kleur: 

- Lees heel de paragraaf door. Dat is nuttig omdat je daarmee een idee krijgt waar deze informatie over gaat, en wat er van je verwacht wordt. Trek het je (nog) niet aan als je niet alles meteen berijpt.

Wat gebeurt er als licht op een oppervlak valt? Daarover gaat de paragraaf die begint op p. 291.

Er kunnen twee dingen gebeuren. Welke?

Lees de tekst onder de titel tot aan de doe-opdracht nu grondig.

De tekst geeft een voorbeeld van een voorwerp dat reflecteert of weerkaatst, de reflector van je fiets.

Je kent waarschijnlijk een ander voorwerp dat reflecteert. Weet je welk voorwerp? 

Als je alles gelezen -en begrepen- hebt, ben je klaar voor de doe-opdracht.

Die moet je doen, nu of later. Je kan het best nu doen. Neem ook maar een kladblad en een pen erbij, dan kan je de antwoorden opschrijven. 

 

Als de opdrachten zonder problemen gingen, en je de antwoorden kon opschrijven, lees je verder in je boek.

Als je niet zo goed weet hoe je aan de opdracht begint, vind je hier wat hulp. Doe de proef nu, ook nu je de antwoorden gelezen hebt. Wat je zelf uitgevoerd hebt kan je beter onthouden dan wat je gelezen hebt. 

 

Lees nu de informatie onderaan p. 291. Dit stukje vat de waarnemingen van het experiment samen. Om waar te nemen gebruik je zintuigen, in dit geval je ogen. 

Het volgende stukje tekst (p. 292) legt de waarnemingen uit. Dit is de verklaring van de waarnemingen en daarvoor is extra informatie nodig. 

Maak steeds goed een onderscheid tussen waarnemingen en verklaringen. We zetten de verklaringen nog even op een rij. 

Voorkennis

Zonder hindernis beweegt licht rechtdoor.

Experiment

met de spiegel:

De spiegel is voor het licht een hindernis, als het licht ertegen botst blijft het niet rechtdoor gaan.

Wat doet het licht dan? Dat zie je op het linkse deel van afbeelding 5.5.3

De stippellijn is de normaal, een lijn die loodrecht op de spiegel staat en die je gebruikt om de hoeken te meten waaronder het licht invalt en weerkaatst. 

Experiment

met het witte blad:

Het witte blad vervangt de spiegel. Het teruggekaatste beeld is nu minder scherp dan het beeld bij de spiegel. 

Hoe komt dat? Kijk naar het rechtse deel van afbeelding 5.5.3

Het oppervlak waar het licht op invalt is niet meer glad, het ziet er erg ruw uit. Dat is wat je ziet van een wit blad als je het sterk vergroot. 

Nog steeds is de weerkaatsingshoek even groot als de invalshoek, dat geldt altijd bij weerkaatsing. Omdat het oppervlak niet zo glad is, vallen verschillende lichtstralen die uit de zaklamp komen op stukjes papier die allemaal anders gericht zijn. 

Daarom gaan de weerkaatste stralen meer verschillende kanten uit, alle plaatsen waar licht invalt hebben een normaal die anders staat. (de normalen zijn niet getekend in deze figuur.) 

Het licht dat je nu kan zien is minder sterk, omdat een deel van het licht niet in je oog valt. 

Experiment

met donker blad:

Het zwarte blad vervangt het witte blad. Het oppervlak van het blad heeft dezelfde (grillige) vorm, maar een andere kleur. 

Er is geen figuur op p. 292 die bij dit experiment hoort. 

Er is geen teruggekaatst beeld meer. Dat moet dan te wijten zijn aan de andere kleur, we hebben verder niets veranderd aan de opstelling. 

Dit betekent dat het zwarte blad geen lichtstralen terugkaatst. 

Waar zijn ze dan?

Ze zijn in het zwarte blad gebleven, het zwart heeft het licht geabsorbeerd. 

....................................

 

Zo. Hopelijk is deze paragraaf nu helemaal duidelijk. 

Als dat niet zo is, staat er op je kladblad wat je nog aan iemand moet vragen. Steek je kladblad in je cursus of je agenda, zodat je zo snel mogelijk uitleg kan vragen. 

 

Hier kan je verder of terug naar de andere paragrafen:

5.5.1   Lichtbronnen

5.5.2   Wat is licht

5.5.4   Breking van licht

5.5.5   De kleuren van de regenboog

5.5.6   Kleuren zien