U bent hier

Een goede formulering

 

Als je goed naar de tekst van het interview en van het lied luistert, dan hoor je de essentie van goede gesproken en geschreven taal. Zo'n tussendoortje is prettig, maar niet erg geschikt als bronnenmateriaal om te leren hoe je best je teksten presenteert. De Hoger Onderwijs Reeks heeft een boekje 'Schriftelijk studiemateriaal' van A. Pilot, B. Van Hout-Wolters, H. Kramers-Pals dat uitgegeven is bij Wolters-Noordhoff. Bijlage 2 in dat boek bestaat uit een controlelijst voor taalgebruik, die is heel handig als je zelf informatie moet ordenen en formuleren. 

 

1 - Zijn de zinnen niet te lang?

In de eeste plaats is het duidelijk dat alle zinnen die je schrijft correcte zinnen moeten zijn! Elke zin heeft een onderwerp en een werkwoord, zinnen beginnen niet met 'en' of 'maar'. Dit punt heeft verder geen uitleg nodig, korte zinnen lezen vlotter dan lange. Maak ze ook niet te kort, wissel af zonder echt lange zinnen te schrijven. 

 

2 - Is het zinspatroon voldoende gevarieerd?

Je kan elke zin beginnen met het onderwerp en daarna de persoonsvorm, maar dan wordt je tekst saai. Maak de tekst levendiger door de zinnen ook geregeld anders te formuleren. 

 

3 - Stemt de grammatica overeen met de betekenis?

Staat er wat je bedoelt? Jij weet zelf wat je wil schrijven, maar je lezer weet dat niet vooraf. Zorg er met goede zinnen voor dat er geen verwarring mogelijk is voor je lezer. Als je de zinnen kort genoeg maakt, is de kans groter dat je lezer leest wat jij bedoelt. 

 

4 - Hebben alle punten bij een opsomming dezelfde grammaticale vorm?

Een opsomming is een lijstje, je kan eens kijken naar de 9 punten in deze lijst. Al deze punten zijn als vraag aan jou geformuleerd, dat is allemaal dezelfde grammaticale vorm. 

 

5 - Is je tekst actief geformuleerd (weinig passiefconstructies)?

Een tekst met actieve constructies leest veel vlotter dan dezelfde tekst die passief geschreven is. 'Word' is de stam van het werkwoord 'worden'. De controle hierop is heel gemakkelijk als je de tekst op een computer schrijft: doe een elektronische zoekactie met het woord 'word'.  Zo vind je elke werkwoordsvorm van 'worden' met één handeling in de tekstverwerker. De zinnen waarin 'word' oplicht, kan je actief herschrijven. 

 

6 - Gebruik je werkwoorden niet te vaak zelfstandig (weinig normaliseringen)?

Normaliseringen verzwaren een tekst, het helpt als je de zinnen herformuleert waarin je het werkwoord niet zelfstandig gebruikt. 

 

7 - Staan lidwoorden en de zelfstandige naamwoorden die bij elkaar horen ook dicht genoeg bij elkaar (geen tangconstructies)?

Bij tangconstructies vraag je meer inspanning van je lezer dan wanneer woorden die bij elkaar horen, ook dichter bij elkaar staan. 

 

8 - Staan er niet te veel voorzetsels in een zin?

Een zin of tekst met veel voorzetsels leest minder vlot dan een tekst met weinig voorzetsels. 

 

9 - Vermijd je vage omschrijvingen?

Schrijf concreet en helder wat je bedoelt. Bij woorden als 'gebeuren, plaatsvinden, doen, maken, vormen, een rol spelen, ... doorziet de lezer niet altijd duidelijk wat de schrijver bedoelt. 

 

10 - Vermijd je gewichtige woorden?

Het liedje over 'Helder taalgebruik' maakt dit punt heel goed duidelijk! Er zijn veel goede vervangers voor woorden als 'betreffende', 'reeds', 'niettegenstaande', 'relevant', 'wat betreft', 'naar de leerlingen toe' , ... . Gebruik die! Gewichtige taal is vaak helemaal niet toegankelijk.

Mensen gebruiken ook extra woorden om hun boodschap meer kracht bij te zetten: 'belangrijk', 'onmisbaar', 'cruciaal', ... met als gevolg dat het geheel minder indruk maakt. 

 

Zorg dat je bij dit alles steeds het taalniveau van je doelgroep in gedachten houdt: geschreven informatie voor jonge kinderen moet je eenvoudiger formuleren dan informatie voor oudere kinderen of voor volwassenen. Teksten voor ouders moet je ook duidelijk genoeg schrijven: het is mogelijk dat de meeste ouders van je leerlingen geschoold zijn, maar àlle ouders van de kinderen in je klas moeten de informatie kunnen begrijpen. Er kunnen ook ouders zijn die niet goed Nederlands begrijpen of kunnen lezen. 

De tekst op deze pagina is goed geformuleerd, hij voldoet aan de 10 aandachtspunten die erin vermeld zijn. Toch is hij niet heel duidelijk, en het zou veel beter kunnen: er ontbreken voorbeelden om de tekst te verduidelijken. Hiermee zie je goed het belang van het tweede punt (van de vier op de vorige bladzijde). 

Je vindt heel deze uitleg opnieuw, en dan met goed gekozen voorbeelden bij elk punt. 

Hier kan je erheen, rechtstreeks: goede-voorbeelden. Je zal het verschil snel merken.