U bent hier

Functionele bladspiegel

De opmaak of bladspiegel is het eerste beeld dat je van een geschreven bron krijgt, en de eerste indruk is belangrijk. 

Bedenk zelf maar eens hoe geschreven materiaal voor verschillende leeftijdsgroepen eruit zien: jonge lagereschoolkinderen, oudere lagerschoolkinderen, leerlingen in het secundair onderwijs.

Overweeg altijd zorgvuldig wat de boodschap is die je wil overbrengen voor je lezers beginnen lezen! Een slordige bladspiegel kan ontmoedigend werken, en je lezer kan beslissen om niet te beginnen lezen. Dan gaat je boodschap bij voorbaat verloren. 

Op deze website vind je veel informatie over opmaak

 

Geef plaats om te schrijven

Het is erg prettig als je op een invulblad genoeg plaats krijgt om te schrijven. Een leerkracht maakt geregeld bladen waarop anderen iets moeten invullen:

  • een test voor de leerlingen of studenten
  • een invulstrookje voor het oudercontact van je klas
  • een toestemmingsbriefje voor de schoolreis
  • een keuzeformulier voor de sportdag
  • ...

Als jij zelf een blad maakt, zorg dan dan je genoeg plaats laat. Dat geldt in de hoogte, en in de breedte. Handgeschreven letters zijn groter dan getypte, dus moet je minstens één lege regel laten (of dubbele regelafstand) boven en onder de invulplaats: dan hebben de lussen aan hoge en lage letters genoeg plaats. Zorg dan dat de plaats ook breed genoeg is. Er zijn kinderen en volwassenen met grote handschriften, er zijn mensen met lange namen. Ook als mensen nog iets willen verbeteren aan wat ze schreven, is er best nog wat plaats om het nieuwe woord op de open plaats te schrijven. Druk je blad altijd vooraf één keer af en vul het zelf in. Als je niet genoeg plaats liet, kan je dit nog aanpassen voor je de bladen gaat kopiëren. 

Een goede bladspiegel wordt opgemerkt. Als jouw bladen opvallend beter zijn dan degene die ouders of leerlingen vaak krijgen, zal je er complimenten over krijgen. Dat is niet de reden dat je je bladen verzorgt, maar 't is mooi meegenomen. 

Reclamebedrijven zijn zich heel bewust van het belang van bladspiegels, en maken er dankbaar gebruik van.

 

Tussen de regels

De bladspiegel bepaalt voor een groot deel of mensen een bladzijde willen lezen. E. H. Gombrich schreef een (heel goed) geschiedenisboek voor jonge lezers, en het werd in verschillende talen vertaald. De Engelse en Nederlandse vertalingen werden erg vergelijkbaar uitgegeven met de Duitse. De tekst van het boek is bijzonder leesbaar in Nederlands en Engels. Toch is er een verschil in de bladspiegel, en het gevolg daarvan is dat één van de drie wat minder uitnodigt om te lezen dan de andere. 

Hier zie je een aantal bladspiegels van dit boek in het Duits, Nederlands en Engels. 

 

Dyslexie

Een goede opmaak is voor iedereen prettig, maar voor mensen met dyslexie is het een voorwaarde om de informatie te kunnen lezen. 

Kies sobere letters die goed leesbaar zijn, zonder krullen. Je kan dit testen door je tekst verder van je af te houden. Er zijn enkele lettertypes die mensen met dyslexie beter kunnen lezen dan andere: dit zijn Trebuchet, Lexia en Maiandra (bron: Calliope). Als je altijd kiest uit deze lettertypes is dat niet hinderlijk voor andere mensen, en is het een hulpmiddel voor mensen met dyslexie. Je hoeft dan ook geen teksten te herwerken als een leerling met dyslexie in je klas komt.

Calliope is een goede site waarmee mensen schrijfvaardigheden voor verschillende doelen kunnen verwerven. Zij besteden ruim aandacht aan opmaak voor mensen met dyslexie

NVDR: Deze sticordi-website heeft (nog) geen dyslexie-vriendelijk lettertype. Dat komt omdat de webmaster nog niet geleerd heeft om te werken met andere dan de standaardletters. Nog even geduld dus. 

 

Meer informatie

Joke van Leeuwen schreef 'Een halve hond heel denken' en noemt dat 'een boek over kijken'. Het is een wonderlijk boek over beeldende informatie en is zeker ook leesbaar en nuttig voor aspirant-leerkrachten en leerlingen op het einde van de lagere school.

Van Leeuwen is een zeer goede jeugdboekenschrijfster, en dat merk je aan de manier waarop ze de informatie presenteert. Hoofdstuk 10 in haar boek heeft als titel: 'over hoe alles op een blad of in een stad kan staan'. Het gaat over zinvolle organisatie van de beschikbare plaats, en dat is bladschikking natuurlijk. Het boek is beschikbaar in de campusbibliotheek. Allen daarheen! 

 

 

 

 

Je kan kan hier terug naar de eerdere delen: